Radio Frequency (radiografische) identificatie, kortweg RFID genoemd, is gebaseerd op het gebruik van programmeerbare transponders. Dit zijn elektronische labels (tags) met een microchip waarin informatie in digitale vorm is opgeslagen. Deze elektronische informatiedragers worden op het te identificeren object (pallet, container, vaten etc.) bevestigd en kunnen op afstand radiografisch worden 'gelezen'. De term 'Radio Frequency' wordt overigens ook gebruikt voor datacommunicatie bij het overbruggen van grotere afstanden, zoals bijvoorbeeld bij handterminals.
Hoe werkt RFID ?
In principe kennen we bij RFID de volgende elementen:
de informatiedrager of tag met de gecodeerde informatie,
de antenne of scanner, meestal in één behuizing samengebouwd met de leeseenheid.
De tag is eigenlijk een klein zendertje met een eigen antenne dat, zodra hij binnen bereik van de leeseenheid komt, wordt geactiveerd door radiosignalen die deze via de antenne of scanner uitzendt. Op het moment dat de tag geactiveerd wordt, stuurt deze zijn gegevens naar de leeseenheid die ze demoduleert, decodeert en bekrachtigd voor transmissie via een kabelverbinding naar de hoofdcomputer. We onderscheiden bij RFID-tags waarin alleen maar vaste informatie is opgeslagen en tags met een batterij en een geheugencapaciteit tot 8 Kb, waarbij de informatie ook aangepast kan worden. De tag-afmeting wordt bepaald door de grootte van de antenne die afhangt van frequentie, bereik en snelheid. Bij een klein bereik kan de tag worden gereduceerd tot minuscule tabletjes. Vorm en afmeting van de leeseenheden is afhankelijk van de toepassing. Ze variëren van draden in het wegdek tot leeskoppen die in een poortje (bijv. zoals in kledingzaken) zijn aangebracht.
Toepassingen
RFID is op een breed terrein toepasbaar, zoals de volgende voorbeelden aantonen:
hands free toegangscontrole, voor arbeidstijdregistratie en voor bewakingsdoeleinden;
identificatie voor producten in een geautomatiseerde productielijn (automobielindustrie bijv.);
identificatie in ongunstige omgevingen (ovens, spuitcabines etc.);
voor tracking van voertuigen bij de in- en uitgang van parkeerplaatsen, tolwegen, bruggen en tunnels;
bij dieren wordt een minuscule cilindrische tag onder de huid aangebracht, bijv. voor individueel gedoseerd voederen of voor het bijhouden van melkquota.
Geen zichtcontact
RFID heeft als voordeel dat geen 'zichtcontact' nodig is voor identificatie. Radiosignalen dringen namelijk door niet-geleidende materialen als asfalt, hout, cement, kunststof e.d. heen. Ook vuil en vet hebben geen invloed op de leesbaarheid. RF-tags zijn daardoor ideaal voor identificatie van palletlasten, producten in een productielijn e.d. op die plaatsen waar optisch identificeren faalt.
Radio Frequency Identification
RFID-systemen zijn gebaseerd op radiosignalen en werken met elektronische transponders (tags) die op het te identificeren object (pallet, bak, krat, ISO-container, voertuig of dier worden aangebracht. De transponders bevatten een microchip waarin de informatie in digitale vorm is opgeslagen, een kleine antenne voor verzending van de signalen en nog enkele andere componenten. Ze kunnen op grote afstand worden uitgelezen. Er zijn zelfs transponders met een geïntegreerde GPS-eenheid voor exacte lokalisering van objecten. We onderscheiden bij RFID twee soorten transponders: 'read only' en 'read and write'. Afhankelijk van de uitvoering varieert het bereik van een RFID-systeem van 1,5 meter tot enkele honderden meters. RFID-systemen komen vooral tot hun recht wanneer specifieke omstandigheden een optische of contactuele identificatie verhinderen. Bijvoorbeeld bij grote afstanden en in situaties waar sprake is van extreme procescondities (hitte, kou, spuitcabines etc.).